Seksfabels op het hakblok

Mythen over seks zijn vaak meer dan een eeuw oud, en hardnekkig. Ellen Laan is een Nederlands hoogleraar seksuologie en psycholoog in het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam. Ze is wereldwijd bekend door haar baanbrekende onderzoek naar de seksualiteitsbeleving van vrouwen. Zij ziet het als haar taak om de mythen over seks te ontmaskeren.

Een hardnekkig, honderd jaar oud idee is dat de man altijd zin heeft in seks. Volgens deze ‘stoomketeltheorie’ is de man een vat vol lust dat ontladen moet worden om overdruk te voorkomen. In dit ‘driftmodel’ van Freud, die het begrip ‘libido’ muntte, gaat de man daarvoor op zoek naar seks. In werkelijkheid worden zowel mannen als vrouwen uitsluitend opgewonden door prikkels. „Waarom denk je dat er zo’n gigantische seksindustrie is? Omdat mannen spontaan zin hebben? Nee, omdat ze op zoek gaan naar die prikkels en ze nodig hebben om zin te krijgen.” Net als vrouwen.

Het hormoon testosteron speelt een belangrijke rol bij het zin krijgen in seks bij mannen én vrouwen. „Heb je er te weinig van, dan zijn ons brein en onze geslachtsdelen minder gevoelig voor seksuele prikkels. Zit je in de normale range, dan doet de hoeveelheid testosteron er niet toe voor je zin. Het hormoon is niet iets dat je ‘aanzet’ tot seks.” Toch is dat laatste een wijdverbreide gedachte. Op veel plekken worden mannen bestempeld als ‘testosteronbommen’ – het stofje wordt verantwoordelijk gehouden voor macho-gedrag en zelfs seksueel overschrijdend gedrag. „Maar er is geen enkel bewijs dat mannen die zich schuldig maken aan grensoverschrijdend seksueel gedrag meer testosteron hebben dan mannen die dat niet doen. Dat is goed onderzocht.”
Mannen hebben wel tien keer zoveel testosteron als vrouwen. Die ‘overvloed’ hebben ze vooral nodig om „de spermafabriekjes werkend te houden”. Voor de voortplanting dus, niet voor de seks.
Niettemin worden aan de verschillen in hormoonniveaus biologische verschillen tussen mannen en vrouwen opgehangen. „Het idee is dan: mannen hebben testosteron, zijn actief en jagers; vrouwen hebben oestrogeen, zijn passief en afwachtend. Maar waarom noemen we testosteron het mannelijk geslachtshormoon en oestrogeen het vrouwelijk, terwijl vrouwen vier keer zoveel testosteron als oestrogeen hebben?”

Als het niet de hormonen zijn, wat maakt dan dat vrouwen in heteroseksuele relaties gemiddeld minder zin in seks hebben dan mannen? „Die zin wordt onder meer bepaald door de verwachtingen die we hebben van hoe lekker de seks zal zijn – dus vooral of je een orgasme krijgt. Een orgasme is geen extraatje, maar het is noodzakelijk voor het beloningssysteem in het brein. Als seks je niet meer oplevert dan een ‘niesbui van onderen’, zoals Anja Meulenbelt ooit schreef, waarom zou je er dan zin in hebben?”
Robuuste onderzoeken over meerdere decennia tonen „een enorme ‘orgasm gap’, waarbij heteroseksuele mannen bijna altijd klaarkomen en heteroseksuele vrouwen heel vaak niet.” Dat komt vooral doordat de coïtus verreweg de meest voorkomende vorm van heteroseksuele seks is. „Bij gemeenschap wordt de clitoris aan de binnenkant gestimuleerd en als de opwinding groot genoeg is, kúnnen vrouwen op die manier klaarkomen.” Maar dat is slechts een minderheid.

Lees hier artikelen van Ellen Laan:
De-man-heeft-altijd-zin en andere seksfabels op het hakblok
Vrij vaker met plezier dan krijg je er meer zin in,
En het kenniscafé De Balie: 'Seks, doen we het wel goed?'